Het begon volkomen richtingloos. Er zat geen lijn in alles wat ik schreef. Vanaf het begin ging het nergens echt naartoe. Alleen losse, autobiografische fragmenten van gebeurtenissen die indruk hadden gemaakt, zonder dat ik wist wat ik ermee wilde. Of hoe dat ooit een boek zou moeten worden. Dat lukraak schrijven duurde een half jaar.
Elk begin heeft een einde. Alleen zag ik dat einde nog niet.
Al schrijvend begon het heel langzaam vorm te krijgen.
Maar er was geen plan. Geen hoofdstukindeling. Geen moment waarop ik besloot: nu ga ik een boek schrijven. Alleen losse verhalen. Flarden. Momenten die bleven hangen zonder dat ik precies wist waarom.
Soms schreef ik iets op en dacht ik: dit is goed. Of in ieder geval goed genoeg.
Maar vaak ook niet. Dan las ik het terug en verdween het net zo makkelijk de prullenbak weer in.
En soms—heel soms—zat er iets tussen waarvan ik voelde: hier zit meer in. Die verhalen bewaarde ik. Bouwstenen, zonder dat ik wist wat voor bouwwerk het moest worden.
Want waar gingen die verhalen eigenlijk over?
Over situaties waarin iemand ergens stond zonder daar echt klaar voor te zijn.
Over verantwoordelijkheid tegenover geen ervaring.
Over jezelf staande houden tussen mensen die ouder waren, mondiger, zekerder. En zelfbewuster, mensen die zich bewust waren van eigen kwaliteiten
Over een omgeving die je niet vanzelfsprekend begreep—en die jou ook niet meteen accepteerde.
Maar ook over iets anders.
Over hoe makkelijk je jezelf kunt overtuigen dat je ergens thuishoort, terwijl angst en twijfel er vanaf het begin al zijn.
En hoe je dat soms overstemt met iets wat er verdacht veel op lijkt… bluf.
Misschien begon het daar al. Zonder dat ik het doorhad.
Ik had alleen nog geen idee hoe ik van die losse bouwstenen een geheel moest maken. Er was geen constructietekening.
Totdat ik, na een half jaar worstelen, op een avond door mijn eigen teksten heen ging. Niet met een doel, eerder uit onrust. Alsof ik door mijn eigen doolhof liep en ergens een uitgang moest zijn die ik nog niet had gezien.
En terwijl ik door die verhalen scrolde, begon er iets te verschuiven.
Niet in de woorden, maar in wat ze samen vertelden. Waarheden, die als bouwstenen samengevoegd werden met fictief cement.
Losse verhalen verdwenen. Er liep ineens een rode draad doorheen. Thema’s kwamen terug. Onzekerheid. Je plek zoeken. Doorgaan terwijl je niet zeker weet of je er wel hoort.
Pas toen dacht ik voor het eerst: wacht eens even… dit is geen verzameling meer. Dit begint ergens op te lijken.
De stapel bouwstenen werd een bouwwerk. Nog wankel, nog onaf, maar herkenbaar als geheel.
En vanaf dat moment werd het ook leuker en ingewikkelder.
Want een geheel vraagt keuzes.
Wat hoort erbij? Wat niet?
Wat versterkt het verhaal, en wat leidt alleen maar af?
Dat werd een voortdurende discussie met mezelf. Over wat ik wilde vertellen, maar ook over wat ik misschien beter kon weglaten. Over hoe eerlijk je kunt zijn, en wat er gebeurt als anderen zich herkennen in iets wat jij opschrijft.
Er waren stukken die ik goed vond—totdat ze niet meer pasten. Verhalen die op zichzelf sterk waren, maar het geheel verzwakten. Die moest ik schrappen. Niet omdat ze slecht waren, maar omdat ze op de verkeerde plek stonden. Of omdat ze in contrast stonden met de te hanteren richtlijnen voor het schrijven van een boek.
Dat is misschien wel het minst zichtbare maar wel een belangrijk deel van schrijven. Niet wat je opschrijft, maar wat je besluit weg te laten.
En ondertussen bleef de twijfel. Een gevoel als om je heen kijken in het schemerdonker.
Wie zit hier eigenlijk op te wachten?
Klopt dit wel?
Is dit niet te veel? Of juist te weinig?
En toch ging ik door.
Niet omdat ik zeker wist dat het goed was, maar omdat het ergens bleef kloppen. Omdat die verhalen, samen, iets vertelden wat groter was dan de losse momenten zelf. Iets wat eruit wilde.
Misschien is dat wel waar bluffen echt om draait.
Niet doen alsof je alles onder controle hebt. Maar doorgaan terwijl dat juist niet zo is. Soms gedreven door overtuiging. Soms door noodzaak. En soms—eerlijk is eerlijk—ook een beetje door ego.
De blufkikker is zo ontstaan. Niet als strak plan, maar als iets dat zich langzaam liet zien—tussen twijfel, schrappen en opnieuw beginnen door.
In het boek laat ik de hoofdpersoon op een gegeven moment een keuze maken. Een keuze die logisch voelt, misschien zelfs onvermijdelijk.
Het interessante is: dat soort keuzes zie je vaak pas achteraf helder.
En eerlijk? Dat proces is nog steeds niet helemaal klaar. Misschien hoort dat er ook wel bij.
Iedereen werkt weleens ergens aan zonder precies te weten waar het eindigt. En pas later kun je je afvragen of je het opnieuw zo zou doen.
Of dat je je er, toen, vooral doorheen hebt gebluft.
Mijn volgende blog gaat over dit debuut. Ik wachtte bijna 60 jaar om mijn hersenspinsels op papier te zetten. Beter laat dan nooit. Het laten beoordelen van het manuscript heeft ook een bluf-component en voelde als een enorme stap. Je ziel en zaligheid verwoorden en open en bloot door anderen laten lezen. En de gevolgen die dat voor jezelf heeft.
Dat doet je veel.
Mis nooit meer een update over mijn nieuwste boeken! Hier vind je alle informatie over aanstaande publicaties, waaronder de definitieve uitgavedata, previews en exclusieve fragmenten. Wees de eerste die weet wanneer mijn volgende roman verschijnt en duik direct in een nieuw avontuur. Houd deze pagina in de gaten voor de meest actuele informatie.